Twee weken naar Belgie, Duitsland en Nederland - Week 2
Maandag 2 Maart 2026 - Piesport
Vandaag gaan we een fietstocht maken van 35 kilometer langs de Moezel naar Bernkastel en via de andere kant weer terug. De mist was inmiddels opgetrokken en het zonnetje scheen lekker. Op sommige stukken waren de fietspaden afgesloten vanwege het hoge water, en op andere plekken waren ze nog druk bezig met schoonmaken: modder, takken en rommel die door het water op het pad waren achtergebleven.
Na 17 kilometer fietsen kwamen we aan in Bernkastel. We hebben de fietsen bij de brug vastgemaakt en zijn het stadje ingelopen. Het was erg rustig en maar weinig winkeltjes waren open. Toch blijft Bernkastel-Kues een van de mooiste stadjes aan de Moezel. In Bernkastel zelf voelt het alsof je een paar eeuwen teruggaat: smalle straatjes, prachtig gerestaureerde vakwerkhuizen en een gezellig marktplein met de St.-Michaelsbrunnen en het oude stadhuis. Het is zo’n plek waar je vanzelf even stil blijft staan om alles goed te bekijken.
Rondom het stadje liggen de beroemde wijngaarden, met als blikvanger de Bernkasteler Doctor, een van de bekendste Rieslinghellingen van Duitsland. Overal vind je wijnwinkels en proeflokalen waar je de lokale wijnen kunt proberen. Hoog boven alles torent Burg Landshut uit. De wandeling omhoog is soms steil, maar het uitzicht over de Moezel en de wijngaarden maakt alles meer dan goed. Aan de overkant van de rivier ligt Kues, wat ruimer en rustiger, met onder andere het geboortehuis van Nikolaus von Kues.
Na even te hebben rondgelopen langs de mooie gevels hebben we een lekkere kop koffie met iets erbij gedronken. Later hebben we nog een broodje gekocht dat we op een bankje met zicht op de Moezel hebben opgegeten. Daarna zijn we weer op de fiets gestapt om aan de terugreis te beginnen.
Terug in Piesport zijn we nog langs de supermarkt gefietst en hebben we een lekkere Riesling gekocht. Bij de camper hebben we in de zon een glaasje gedronken. Na het eten hebben we nog lekker tv gekeken.
Dinsdag 3 Maart 2026 - Kevelaar
Vanmorgen hadden we een mooie fietstocht uitgezocht. We wilden eens de andere kant van Piesport op, een stuk waar we nog nooit gefietst hebben. Maar na een telefoontje om een afspraak te maken bij Seminautic, we willen de matrassen die we negen maanden geleden hebben gekocht omruilen voor een hardere variant, want ze zijn toch iets te zacht, moesten we onze plannen omgooien. In januari hebben we voor thuis ook matrassen gekocht, een hardere versie dan die in de camper. Je mag binnen een jaar na aankoop omruilen voor €75,00, dus dat wilden we nu regelen.
Fietsen werd het dus niet. We zijn alvast richting Eindhoven gaan rijden, met onderweg een stop in Kevelaer, bij Reisemobilhafen Den Heyberg (P4N #13367, €13,00 inclusief stroom). Na een rit van 280 kilometer kwamen we aan in Kevelaer. Eerst een kop koffie, daarna de bergschoenen aan om de bunkers te gaan bekijken.
Net buiten Kevelaer, in het bos, ligt een oud militair terrein dat eruitziet alsof het elk moment weer in gebruik kan worden genomen. Rijen betonnen bunkers liggen half in de aarde gedrukt, met grasdaken die bijna opgaan in het landschap. Jarenlang werden hier munitie en materieel opgeslagen, bewaakt door hekken en patrouilles. Toen het leger vertrok, bleef het terrein stil achter. De natuur nam het langzaam terug, maar de bunkers bleven staan als stille getuigen van een andere tijd.
Pas veel later zag iemand de charme van deze bijzondere plek. De bunkers bleken perfect te isoleren: koel in de zomer, warm in de winter. Eén voor één werden ze omgebouwd tot moderne vakantiewoningen, strak, licht en verrassend ruim van binnen, terwijl de buitenkant nog altijd dat mysterieuze, militaire karakter heeft. Op een deel van het terrein zit een paardenarts, en de paarden staan met hun boxen in de bunkers. Op een ander stuk zijn weer bedrijven gevestigd.
Overdag is het een rustig recreatiegebied waar mensen wandelen, fietsen en slapen in een bunkerwoning. Maar wie ’s avonds door het gebied loopt, voelt nog steeds iets van het verleden: de rechte paden, de dikke muren, de stilte die net iets dieper klinkt dan elders in het bos.
Bij de camper hebben we nog een poosje in de zon gezeten tot die onderging en het te koud werd. Daarna hebben we niet veel meer gedaan.
Vandaag 271 km gereden.
Woensdag 4 Maart 2026 - Vessem
Vandaag zijn we naar Vessem gereden, naar CP De Spekdonken (CC 82350) voor €17,50 exclusief stroom. We hebben een mooi plekje uitgezocht en eerst rustig een lekkere kop koffie gedronken. Nadat we ons hadden aangemeld en meteen een tafel hadden gereserveerd voor vanavond in het restaurant, hebben we de fietsen gepakt en zijn we naar Vessem gefietst om wat boodschappen te doen.
Terug bij de camper hebben we een kop koffie gedronken en een en wat te eten gemaakt. Hierna is Jorrit zijn dagelijkse rondje van 7,5 km gaan lopen en heb ik mijn blog en Polarsteps nog even bijgewerkt.
Daarna was het tijd om lekker te ontspannen en te genieten van de rustige omgeving.
SÀvonds zijn we in het restaurant bij de CP gaan eten, we hebben allebei een salade gegeten, Jorrit met zalm en ik met Carpaccio en we hebben er een broodplankje bij genomen, was erg lekker.
Vandaag 96 km gereden.
Donderdag 5 Maart 2026 - Vessem
Vandaag maakten we een fietstocht van ongeveer 27 kilometer door de omgeving van de CP. In het begin was het nog fris, maar zodra de zon doorbrak werd het heerlijk fietsweer. Het landschap lag er rustig bij, en al snel kwamen we langs een bijzondere plek: een houten vliegtuig dat op een soort spoorrails stond. Het bleek het schijnvliegveld bij de Langeteijt te zijn, een stille herinnering aan de Tweede Wereldoorlog.
Dit schijnvliegveld was een zorgvuldig nagebouwde nep‑militaire installatie. De Duitsers legden het in 1940 aan om geallieerde bommenwerpers te misleiden en zo het echte vliegveld Eindhoven te beschermen. Er stonden houten vliegtuigen die half uit het bos staken, er was een uitgegraven startbaan in de heide, en er waren bunkers, zoeklichten en zelfs afweergeschut geplaatst om het geheel overtuigend te maken. In de eerste oorlogsjaren werkte het verrassend goed: Britse bommenwerpers lieten hun lading vallen op dit nepdoel, waardoor het echte vliegveld gespaard bleef. Toen de geallieerden later doorhadden dat het om een schijnvliegveld ging, reageerden ze soms zelfs met humor door houten bommen te droppen.
Na dit bijzondere stukje geschiedenis fietsten we verder richting Oostelbeers. In het dorpje vonden we een bankje bij de voormalige Heilige Andreaskerk, die tegenwoordig dienstdoet als restaurant. Aan de overkant stond een opvallende toren zonder kerk ernaast: de Mariakapel, ondergebracht in een vrijstaande kerktoren.
Onze nieuwsgierigheid bracht ons ertoe uit te zoeken waarom deze toren alleen staat. Zo ontdekten we dat Oostelbeers niet één maar twee losstaande torens heeft, elk met een eigen verhaal.
De eerste is de Oude Toren, het oudste bouwwerk van het dorp. Hij staat eenzaam in de akkers, zo’n 700 meter buiten de huidige dorpskern. Deze toren is het enige overblijfsel van de middeleeuwse Sint‑Andreaskerk, die al in 1207 werd genoemd. De toren zelf werd gebouwd in de 14e eeuw en in de 15e eeuw verhoogd. De kerk die eraan vastzat werd in de 19e eeuw gesloopt, maar de toren bleef staan als herkenningspunt in het landschap. Door de eeuwen heen verschoof de dorpskern, mogelijk door verwoesting of waterproblemen, waardoor de toren nu ver van het dorp staat.
Zijn eenzame plek geeft hem een bijna mystieke uitstraling.
De tweede toren staat wél in de dorpskern. Deze hoorde bij een latere kerk die in 1966 werd afgebroken. De toren bleef behouden en kreeg in 2012 een nieuwe bestemming als Mariakapel. Hij is gebouwd in neogotische stijl, met vier geledingen, verspringende steunberen, glas‑in‑loodramen en een slanke spits. Sinds 1934 wordt hij niet meer als kerktoren gebruikt, maar nu is het een serene plek voor stilte en bezinning.
De Oude Toren staat voor het verleden: middeleeuwse wortels, verdwenen nederzettingen en eeuwen geschiedenis.
De Mariakapel staat voor de continuïteit: een moderne invulling van een oude toren, gedragen door de gemeenschap.