Denemarken 2026 - week 3
Maandag 22 juni 2026 - Kammerslusen
We gaan weer verkassen naar de Kammerslusen (CC86734), waar een overnachting DKK 175,00 kost. Voordat we naar de camperplaats rijden, doen we nog even boodschappen bij de Lidl in Ribe. Hier mag je ook overnachten.
Na ons te hebben aangemeld op de camperplaats zoeken we een mooi plekje uit. We staan wel wat in de wind, maar met de zon erbij is dat helemaal niet erg. We besluiten het vandaag rustig aan te doen en maken even een wandeling naar de sluis.
De Kammerslusen is een sluis maar eigenlijk een combinatie van een stormvloedsluis en een schutsluis, aan het einde van de rivier de Ribe Å, waar deze uitkomt in de Waddenzee. De sluis is rond 1912 gebouwd, samen met een lange zeedijk.
Het doel was om bescherming te bieden tegen overstromingen vanuit de Noordzee, want Ribe en het omliggende gebied liggen laag en hadden vroeger veel last van stormvloeden.
De Kammerslusen heeft twee functies tegelijk. Bij hoogwater of storm sluiten de sluisdeuren, zodat het zeewater niet het land in kan stromen. Daarnaast kan de sluis een soort “kamer” vormen daar komt ook de naam vandaan waarmee het waterniveau gelijk wordt gemaakt, zodat schepen toch naar binnen of naar buiten kunnen varen.
Bij vloed (hoogwater) gaat de sluis dicht. Bij eb (laag water) zorgen de druk van de rivier en het verschil in waterstand ervoor dat de deuren weer openen. Het systeem werkt dus deels automatisch, samen met de krachten van de natuur.
Wil je het wad opvaren, dan kun je dat het beste doen rond hoogwater of net ervoor of erna. Bij eb is het alleen mogelijk als je precies in de geul blijft, anders loop je al snel vast op het wad.
Dinsdag 23 juni 2026 - Krammer sluse
We hebben nog een dag bijgeboekt op de camping, zodat we het Ribe VikingeCenter konden bezoeken. Dit historische belevingscentrum van ongeveer 12 hectare bestaat uit nagebouwde Vikinggebouwen en landschappen en laat zien hoe mensen leefden tussen ongeveer 700 en 1000 na Christus.
In plaats van alleen te kijken, draait het hier om living history: echte mensen lopen rond in Vikingkleding en spelen het dagelijks leven na. Je kunt verschillende ambachten bekijken, zoals de smid, wever en houtbewerker. In het ringfort kun je zelf ook aan de slag met boogschieten, munt slaan of hout snijden. Op andere momenten zijn er ook shows en demonstraties, zoals valkenvluchten, maar die waren er vandaag helaas niet.
3 Ripa Havn
Er zijn nog geen concrete sporen van een haven in Ribe gevonden, onder andere omdat men de exacte loop van de rivier Ribe Å in de Vikingtijd niet kent. Toch is het zeker dat er al in de 8e eeuw een vorm van haven moet zijn geweest.
De grote hoeveelheid geïmporteerde goederen die bij opgravingen zijn gevonden, laat zien dat de handel vooral op het zuiden gericht was. Daarom is de haven in het VikingeCenter gereconstrueerd naar voorbeeld van de Vikinghaven in Haithabu (bij Schleswig).
Tijdens de Vikingtijd werd de rivier gebruikt door handelsschepen, indrukwekkende drakenschepen en kleinere vissers- en roeiboten. Een gevonden scheepsanker van 27,5 kilo en vele klinknagels tonen aan dat schepen hier ook werden gerepareerd. De boten in het park zijn gebaseerd op typen die geschikt waren voor tochten tussen de Waddeneilanden, maar ook voor robbenjacht, vissen en het vervoeren van goederen.
4 Ripa By
Wanneer je door de reconstructie van Ribe loopt, krijg je een goed beeld van hoe het leven er rond 825 na Christus uitzag. Houten plankwegen waren noodzakelijk, omdat het anders door al het verkeer een grote modderpoel zou worden.
Er zijn acht stadshuizen gebouwd op basis van archeologische vondsten. De drie huizen in het noorden zijn variaties van hetzelfde type huis dat in Tvedgade is gevonden, met verschillende dakvormen. De vijf huizen in het zuiden staan dicht bij elkaar, net als vroeger. Omdat er geen sporen van stallen zijn gevonden, denken archeologen dat dit echt een stadsgebied was.
Opvallend is dat hier veel meer resten van ambachten en geïmporteerde goederen zijn gevonden dan in andere Vikingdorpen. Dit wijst erop dat hier vakmensen woonden die voornamelijk van hun ambacht leefden.
5 Thinghuset
Ten oosten van het station in Ribe zijn sporen gevonden van een groot huis van ongeveer 30 meter lang. Het lijkt qua bouw op de hoofdgebouwen van boerderijen in de omgeving, maar door de grootte wordt aangenomen dat het van een invloedrijk persoon was.
Misschien woonde hier iemand die toezicht hield op de markt. Het huis bestaat uit een slaapgedeelte, een doorgang, een grote hal en een keuken met twee ruimtes, wat wijst op een groot huishouden. De muren waren bovendien prachtig beschilderd met taferelen.
7 Ansgar kerk (860 n.Chr.)
Ribe was al vroeg een belangrijk handelscentrum en daardoor kwamen de inwoners al snel in aanraking met het christendom. Toch bleven veel Vikingen hun oude geloof volgen met goden als Odin en Thor. Op de markt bestonden beide werelden naast elkaar: er werden zowel Thorshamers als christelijke kruisen gemaakt.
Opgravingen rond de dom van Ribe tonen aan dat er al in de 9e eeuw christenen leefden, dus ruim vóór koning Harald Blauwtand het christendom officieel invoerde.
Door handelscontacten met onder andere Dorestad (in Nederland) kenden de Vikingen het christendom al goed. In de 9e eeuw gaf koning Horik toestemming aan missionaris Ansgar om kerken te bouwen, waaronder in Ribe. Hoewel het oude geloof bleef bestaan, was er toch al een grote christelijke gemeenschap. De kerk diende waarschijnlijk voor een groot gebied, mogelijk zelfs heel Jutland.
10 Herenboerderij (980 n.Chr.)
Bij de grote boerderij stonden naast het langhuis ook stallen, schuren, werkplaatsen en een smederij op een terrein van ongeveer 7800 m², omringd door een hek van gevlochten wilgentakken.
Dit gebied werd opgegraven tussen 1986 en 1994 in Gammel Hviding. Het huis is gebouwd van 160 eikenstammen en heeft een dak van zo’n 5000 handgemaakte houten dakspanen. Wat bijzonder is: mensen en dieren leefden hier samen onder één dak.
11 Ringborgen (980 n.Chr.)
In Denemarken zijn vijf grote, perfect ronde ringforten gevonden, gebouwd door koning Harald Blauwtand tussen 974 en 981 na Christus.
Deze forten waren onderdeel van een verdedigingssysteem in een tijd van politieke spanningen. Vanuit Centraal-Europa groeide een nieuwe macht, terwijl er ook dreiging was vanuit Noorwegen en Zweden. Dit kan de reden zijn geweest voor de bouw van de forten én mogelijk ook voor de bekering van de Denen tot het christendom.
Archeologie en reconstructie
De huizen in het Ribe VikingeCenter zijn niet zomaar bedacht, maar gebaseerd op archeologisch onderzoek. Archeologen vinden bijvoorbeeld paalgaten, die precies laten zien waar muren en palen hebben gestaan, maar ook resten van vloeren, haarden en allerlei gebruiksvoorwerpen.
Met die sporen kunnen ze de plattegrond van huizen reconstrueren. Daarna vergelijken ze deze gegevens met andere opgravingen en vondsten uit musea, zodat een steeds beter beeld ontstaat van hoe Vikinghuizen eruitzagen.
In het park wordt ook gewerkt met experimentele archeologie: huizen worden gebouwd met dezelfde materialen en technieken als vroeger, om te testen of de reconstructies kloppen.
Omdat er steeds nieuwe ontdekkingen worden gedaan, blijven de gebouwen en inzichten zich ontwikkelen. Alles in het VikingeCenter is dus gebaseerd op echt onderzoek en vondsten niet op fantasie.
Hierna zijn we naar het centrum van Ribe gefietst waar we de dom hebben bekeken. We daarna verder gelopen om wat winkeltjes te bekijken, nou ik dan Jorrit stond buiten te wachten. We hebben op een terras een lekkere kop koffie met een gebakje genuttigd voor de prijs van 200 Dkr ongeveer €26,00 was wel lekker maar erg duur. Nog een paar boodschappen gedaan en zijn daarna via een omweg terug gefietst naar de camper.
Woensdag 24 juni 2026 - Hvide Sande
Vandaag rijden we weer verder richting Hvide Sande. Deze plaats ligt in het westen van Denemarken, op Jutland, precies tussen de Noordzee en het Ringkøbing Fjord op een smalle strook land. Het stadje is gebouwd rondom het kanaal dat zee en fjord met elkaar verbindt. Het is een echte haven- en vissersplaats met een lange traditie; volgens verschillende bronnen heeft Hvide Sande zelfs een van de grotere vissershavens van Denemarken. De naam Hvide Sande betekent letterlijk wit zand, een verwijzing naar de brede, lichte stranden langs de Noordzee. Rond de haven vind je gezellige restaurants en vismarkten, en in de winkelstraat liggen mooie souvenirwinkels met handgemaakte spullen en veel outdoorzaken.
We staan met de camper op CP Hvide Sande Havn (CC100801) voor DKK 160,00.
We hadden een prachtig uitzicht op de haven. Af en toe kwam er een vissersschip vanuit zee binnenvaren om bij de ijsfabriek nieuw koelijs te laden, om daarna weer terug de zee op te gaan om verder te vissen.
Na de koffie zijn we het stadje ingelopen. Bij een outdoorwinkel vond Jorrit een mooie trui en een T‑shirt. Bij het afrekenen vroegen ze of we lid wilden worden van Ny Form daarmee krijg je 25% korting op je aankopen. Daar hebben we natuurlijk gebruik van gemaakt. Daarna zijn we bij een viswinkel lekker gebakken vis gaan eten, en dat smaakte uitstekend.
We hebben nog wat winkeltjes bekeken en bij de Spar wat boodschappen gedaan, waarna we terug zijn gelopen naar de camper. ’s Middags ben ik nog even alleen langs wat winkeltjes gelopen om cadeautjes voor de meiden te kopen. Jorrit is ondertussen naar de haven aan de overkant gelopen, waar ze een schip aan het restaureren zijn en waar een Noorse veerboot wordt gebouwd.
Daar ligt ook de D/S Hestmanden, een bijzonder Noors stoomschip uit 1911 met een lengte van 46,9 meter. Het is uniek omdat het als enige vrachtschip zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd.
- In WO I vervoerde het goederen voor Noorwegen en voer het in gevaarlijke wateren, waar veel schepen verloren gingen.
- In WO II werd het opnieuw ingezet voor geallieerde transporten en voer het mee in konvooien. Na 1945 keerde het terug naar Noorwegen en bleef het nog jaren in dienst. Nu wordt het gerestaureerd als nationaal monument en museumschip, een symbool voor de Noorse koopvaardij in oorlogstijd.
’s Avonds, na het eten, hebben we nog een rondje gelopen. We hebben een lekker ijsje gegeten en daarna nog een poosje in de zon gezeten. Een mooie afsluiting van een fijne dag.
Donderdag 25 juni 2026 - Thyborøn
Vandaag ging de reis verder richting Thyborøn, maar eerst maakten we onderweg een tussenstop bij het Sand Sculpture Festival in Søndervig. Dit is een van de grootste en meest indrukwekkende zandsculpturenevenementen van Europa. Elk jaar bouwen zo’n 30 à 40 internationale kunstenaars hier aan gigantische kunstwerken van speciaal, extra stevig zand.
We wandelden door een wereld die geïnspireerd was op de verhalen uit Duizend-en-een-nacht. Figuren als Aladdin, Sindbad de Zeeman en Sjeherazade verschenen als enorme zandsculpturen, soms wel tot 7 meter hoog. De beroemde, 200 meter lange zandsculpturenmuur vertelde scènes vol magie, met vliegende tapijten, verborgen schatkamers en oosterse paleizen. Dankzij een speciale zandsoort en een beschermende coating blijven de sculpturen de hele zomer staan.
Ook bijzonder om te zien was hoe deze sculpturen worden opgebouwd. Er wordt gebruikgemaakt van speciaal ‘scherp’ zand met hoekige korrels die goed in elkaar grijpen. De kunstenaars bouwen eerst grote houten mallen die laag voor laag worden gevuld met zand en water, waarbij elke laag stevig wordt aangestampt. Zo ontstaat een massief blok van soms wel meters hoog.
Daarna begint het echte werk: van boven naar beneden worden de vormen uitgesneden. Met grove gereedschappen zoals scheppen en zagen ontstaat de basis, waarna messen, spatels, lepels en uiteindelijk kwastjes zorgen voor de fijne details. Als het kunstwerk af is, krijgt het een dunne beschermlaag van milieuvriendelijke lijm zodat het bestand is tegen weer en wind. Voor de grootste scènes werken meerdere kunstenaars samen, vaak op basis van een ontwerp, maar met ruimte voor eigen creativiteit.
Donderdag 25 juni 2026 - Thyborøn
Na dit indrukwekkende bezoek zijn we doorgereden naar een gratis camperplaats (CP P4N #136806) op de parking van het World War Museum, dat we morgen gaan bezoeken. Nadat we de camper hadden geparkeerd, hebben we eerst een broodje gegeten en een kop koffie gedronken. Daarna trokken we onze wandelschoenen aan om naar het Sneglehuset te lopen.
In de duinen kwamen we het monument Jutland Memorial Park tegen. Dit is een indrukwekkend openluchtmonument dat herdenkt wat nog steeds geldt als het grootste zeeslag ter wereld: de Slag om Jutland van 31 mei–1 juni 1916. Het is een plek waar kunst, geschiedenis en landschap samenkomen rauw, stil en diep symbolisch.
Tijdens deze slag botsten de Britse Grand Fleet en de Duitse Hochsee flotte op elkaar langs de Deense westkust. In slechts 12 uur tijd zonken 25 oorlogsschepen en kwamen 8.645 zeelieden om het leven. De opzet van het park is bewust neutraal: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Britse en Duitse slachtoffers.
Het draait om gedeelde herinnering.
Je ziet er 25 granieten stenen (tot 3,5 meter hoog), één voor elk gezonken schip.
Ze staan opgesteld in dezelfde formatie als de wrakken nu op de zeebodem liggen. Daarnaast staan er honderden uiteindelijk 8.645 betonnen figuren, elk symbool voor een omgekomen zeeman. Ze staan in groepen rond de steen van “hun” schip.
De figuren, gemaakt door kunstenaar Paul M. Cederdorff, hebben een sobere en gestileerde vorm die de anonimiteit en massaliteit van het verlies benadrukt. De ligging in het duinlandschap, vlak bij de Noordzee, is bewust gekozen: dit is de kustlijn waar het kanongebulder in 1916 nog te horen was.
Hierna zijn we langs het strand verder gelopen en kwamen we de nodige bunkers tegen. Deze overblijfselen stammen uit de Tweede Wereldoorlog en maken deel uit van de Atlantikwall, een enorme verdedigingslinie die Nazi-Duitsland langs de westkust van Europa bouwde.
Thyborøn was strategisch heel belangrijk omdat het bij de ingang van de Limfjord ligt. Wie dat punt controleerde, kon schepen tegenhouden of juist doorlaten. In totaal waren er meer dan 100 bunkers (waarvan ongeveer 66 grote en 40 kleinere), gebouwd in 1943–1944 tijdens de Duitse bezetting. Ze dienden onder andere als kanonstellingen, luchtafweer, radarinstallaties, munitieopslag, slaapverblijven en observatieposten.
Een opvallend detail is dat veel bunkers vermomd werden als gewone gebouwen. Ze leken op huizen, boerderijen of fabrieken en kregen soms zelfs nep-ramen, daken en schoorstenen.
Zo waren ze minder goed zichtbaar vanuit de lucht.
Veel van de bunkers die nog langs het strand staan, zijn inmiddels half in het zand gezakt of gekanteld door erosie. Een deel is zelfs in de zee verdwenen.
We liepen verder naar het Sneglehuset, een bijzonder huis dat van buiten én van binnen is versierd met duizenden schelpen, slakkenhuizen en Sint-Jakobsschelpen. Het werd gebouwd en gedecoreerd door Alfred Chr. Pedersen, een voormalige visser die in 1949 begon aan dit levenswerk.
Hij had zijn vrouw een huis beloofd dat niemand anders had en dat is hem zeker gelukt. Hij werkte er 25 jaar aan, totdat het volledig bedekt was met patronen van schelpen, bloemmotieven en mozaïeken.
Aan de buitenkant zie je een toren en gevels vol kunstige patronen. Binnen bevindt zich de grootste schelpencollectie van Denemarken, samen met oude vondsten van lokale vissers. Wij zijn niet naar binnen gegaan, maar hebben wel de oude caféruimte Mandalay gezien: een soort tijdscapsule, een chaotische maar betoverende verzameling die precies zo is gebleven als in 1993.
Het was bijzonder om te zien. We hebben hier nog een lekkere kop koffie gedronken met een huisgemaakte kaneelbolus echt een aanrader. Daarna zijn we weer rustig terug gewandeld naar de camper.
Vrijdag 26 juni 2026 -Thyborøn Havets Hemmeligheder museum
We blijven nog een dag staan om het Havets Hemmeligheder en het Sea War Museum te bezoeken.
Vanmorgen zijn we naar Havets Hemmeligheder gegaan.
In dit museum vind je eigenlijk meerdere musea in één.
Zo is er het Scheepswrakkenmuseum, waar je alles leert over dramatische scheepsrampen, van vikingschepen tot moderne schepen eigenlijk teveel om op te noemen.
Daarnaast is er het Duikmuseum, waar je kunt zien hoe het duiken zich door de jaren heen heeft ontwikkeld, met oude duikapparatuur en technieken.
In het Walvisvaartmuseum krijg je een indrukwekkend beeld van de walvisvangst. In de 20e eeuw werden wereldwijd meer dan drie miljoen walvissen gedood en verschillende soorten werden met uitsterven bedreigd.
Het hoogtepunt was in 1964, toen 91.783 walvissen werden gedood. Daarna nam het aantal af en in 1986 kwam er een verbod op commerciële walvisvangst. Noorwegen, IJsland en Japan gingen hier gedeeltelijk mee door en sommige inheemse volkeren mogen nog steeds op traditionele wijze walvis vangen.
Ook leerden we over ambergrijs. Dit is een grijze, wasachtige stof uit de darmen van potvissen. Het ruikt eerst vies, maar krijgt later een zoete geur en wordt daarom soms gebruikt in dure parfums. Tegenwoordig is het grotendeels vervangen door synthetische stoffen. Aangespoelde stukken kunnen echter nog steeds veel geld waard zijn. Zo werd er in 2012 op Texel een stuk van 83 kilo gevonden, met een waarde van ongeveer 500.000 euro.
Daarnaast is er ook amber (barnsteen), dat je op het strand kunt vinden. Dit is eigenlijk versteende boomhars van miljoenen jaren oud. Het is hard, vaak geel/oranje en soms zitten er nog insecten in. Het wordt veel gebruikt voor sieraden. Het is licht en kan statisch worden, waardoor het kleine deeltjes aantrekt.
Een ander bijzonder onderwerp was dat walvisvangst de oorlog gaande hield. Walvisolie, afkomstig uit het vet van walvissen, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikt voor het maken van glycerine en uiteindelijk explosieven (nitro-glycerine). Dit was een belangrijk bestanddeel van munitie. Noorwegen speelde hierin een grote rol door de geallieerden van walvisolie te voorzien. Tijdens de oorlog werden hiervoor ongeveer 58.000 walvissen gedood.
Verder is er het Explosievenmuseum, met een collectie bommen en zeemijnen (veilig gemaakt), en verhalen over oorlog en zeeconflicten.
Drones die in de Oekraïne en Rusland zijn gebruikt.
Gerbera heeft een Max snelheid: 160 km/u en een Max hoogte: 3000 m met een Bereik van 600 km.
De Gerbera is een veelzijdige, eenvoudige en goedkope drone, geproduceerd in Tatarstan.
Deze kan worden ingezet als kamikazedrone of als lokdrone om de Oekraïense luchtverdediging te overbelasten.
Geran 2
Heeft een Max snelheid: 185 km/u en vliegt op een hoogte van 60 – 4000 m en kan 2500 km afleggen
De Geran 2 is op veel punten verbeterd ten opzichte van zijn Iraanse voorbeeld.
De drone heeft betere elektronica en kan op verschillende hoogtes vliegen, wat het onderscheppen moeilijker maakt.
Afhankelijk van de afstand kan hij een springkop van 90 kg dragen. Deze drone werd in juni 2024 neergeschoten in de regio Sumy.
Delta
Heeft een Explosieve lading: 15 kg en Elektronica uit China
De Delta‑drone wordt in Rusland gebouwd, maar de elektronische onderdelen komen uit China.
Deze drone werd neergeschoten in de regio Zaporizja, waarna Oekraïense soldaten hun namen erop schreven en hem schonken aan een Oekraïens museum.
Atoom bommen
In de tentoonstelling zie je onder andere de bekende bommen.
“Little Boy” deze heeft een Gewicht van 4.400 kg en een energie van 13–16 kiloton
De bom bevatte 64 kg verrijkt uranium, waarvan minder dan 1 kg tot ontploffing kwam boven Hiroshima.
“Fat Man” heeft een gewicht van 4.670 kg en een energie van 21 kiloton
De bom bevatte 6,2 kg plutonium‑239, waarvan ongeveer 1 kg tot ontploffing kwam boven Nagasaki.
Tijdens de eerste tests tolde deze logge bom rond in de lucht. Daarom werd hij mosterdgeel geverfd, zodat hij beter te zien en te volgen was.
Deze bommen werden gebruikt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog tegen de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki.
Het museum gebruikt ze vooral om te laten zien hoe krachtig en vernietigend moderne wapens zijn.
Ook zie je maritieme kunst en objecten, zoals scheepsmodellen, schilderijen en vondsten uit zee. Het museum vertelt vaak unieke en soms heftige verhalen over rampen, oorlogen en ontdekkingen op zee. Veel objecten zijn zeldzaam en nergens anders te zien. De focus ligt op echte gebeurtenissen en niet op het verheerlijken van oorlog.
Het was een mooi museum om te bezoeken. In deze omgeving is veel gebeurd en er is ook veel gevonden.
Na het bezoek zijn we teruggelopen naar de camper om een kop koffie te drinken en een broodje te eten.
Vrijdag 26 juni 2026 -Thyborøn Sea War Museum Jutland
Daarna zijn we doorgelopen naar het Sea War Museum Jutland (geopend in 2015). Dit museum zit in voormalige gebouwen van de Deense kustdienst, waar vroeger de kust werd beheerd en beschermd.
Het museum richt zich op de zeeslagen in de Noordzee, met als belangrijkste onderwerp de Slag bij Jutland (1916). Dit was de grootste zeeslag van de Eerste Wereldoorlog en vond plaats op 31 mei en 1 juni 1916.
Tijdens deze slag kwamen de twee grootste marines ter wereld tegenover elkaar te staan: Groot‑Brittannië en Duitsland. Ze gebruikten enorme oorlogsschepen met zware kanonnen. De Duitsers wilden de blokkade van hun havens doorbreken, terwijl de Britten juist de controle over zee wilden behouden.
De strijd begon met kleinere, snelle schepen, waarna de grote vloten zich mengden in het gevecht. Er werd urenlang geschoten en zelfs ’s nachts ging de strijd door. In totaal deden ongeveer 250 schepen mee.
De verliezen waren groot: ongeveer 25 schepen zonken en meer dan 8.600 mensen kwamen om. Groot‑Brittannië verloor meer schepen en mensen, maar hield uiteindelijk wel de controle over de zee. Duitsland verloor minder, maar bereikte zijn doel niet.
In het museum kun je van alles zien, zoals kanonnen, torpedo’s, zeemijnen, onderdelen van onderzeeërs, wrakstukken van schepen en zelfs onderdelen van vliegtuigen. Ook liggen er persoonlijke spullen van zeelieden.
Na het bezoek zijn we teruggegaan naar de camper. Vervolgens hebben we de fietsen gepakt en nog zo’n 25 kilometer gefietst. Daarna hebben we bij de haven een ijsje gegeten en zijn we weer terug gegaan.
’s Avonds hebben we bij Café Sus een Stjerneskud gegeten: brood met salade en gebakken schol, garnalen en saus. Dat was erg lekker. Daarna zijn we, doodmoe, teruggelopen naar de camper en kort daarna gaan slapen..
Zaterdag 27 juni 2026 - Nykøbing Mors
We gaan weer verder naar een nieuwe bestemming: een openluchtmuseum in Hjerl Hede. Hier staan huizen uit alle delen van Denemarken en zie je hoe het dagelijkse leven zich zo’n 150 jaar geleden afspeelde. Alle huizen zijn ingericht met origineel meubilair en huisraad. Je kunt er ook overnachten op de parkeerplaats (P4N #514971).
Onderweg zijn we nog gestopt bij een supermarkt om wat boodschappen te doen. Eenmaal terug in de camper besloten we toch om het openluchtmuseum even over te slaan vanwege de warmte; het is 31°C.
We zijn vervolgens doorgereden naar een gratis camperplaats in Nykøbing Mors (P4N #176383). Daar hebben we de camper neergezet op een mooi grasveldje met een picknickbank. We staan hier helemaal alleen. Eerst hebben we de wc-cassette leeggegooid en morgen gaan we nog water tanken. Er is zelfs stroom, maar daarvoor moet je wel betalen.
Daarna zijn we naar de haven gelopen, maar het stadje stelt niet zo veel voor. Bovendien is het zaterdag en dan gaan alle winkels al om 13:00 uur dicht.
We zijn weer teruggelopen naar de camper, maar wat is het warm. Vervolgens lekker in de camper gezeten met alle ramen tegenover elkaar open, zodat het heerlijk door kon waaien.
Zondag 28 juni 2026 - Testcenter Østerild
We gaan weer verder trekken, maar eerst brengen we een bezoek aan het testcenter Østerild voor windmolens, dat in 2012 is geopend. In het testcentrum Østerild worden zowel onshore- (op land) als offshore-windturbines (op zee) getest, die tot ongeveer 330 meter hoog kunnen zijn. Prototypes worden vooral op land getest, omdat er veel ruimte nodig is voor grote onderdelen en kranen, en omdat de turbulente wind op land beter is om turbines goed te testen en te verbeteren.
Dezelfde windturbine op zee produceert meestal 30–70% meer energie dan een op het land opgestelde windturbine Windturbines voor zee opstelling worden op land getest. De omstandigheden op het land zijn veel dynamische kwa wind variatie dan op zee.. De kunst is om alles goed te optimaliseren tussen land (relatief lage service kosten, lagere investering, minder opbrengst) en zee (relatief hogere service kosten, hogere investering en hogere opbrengsten)
Het testcentrum wordt beheerd door de Technische Universiteit van Denemarken (DTU). Bedrijven zoals Vestas en Siemens testen hier hun nieuwste modellen, met als doel nieuwe windturbines te ontwikkelen, te testen en te verbeteren.
Er zijn ongeveer 9 testplaatsen (stands) waar windmolens staan.
De weg “Testcentervej” is een 5 km lange weg die alle locaties met elkaar verbindt. De testlocaties liggen in een rechte lijn van noord naar zuid, dwars op de overheersende westenwind. Dit zorgt voor optimale windsnelheden én voorkomt dat de turbines elkaar beïnvloeden.
Tussen elke locatie ligt ongeveer 600 meter afstand en bij elke plek is ruimte voor een meetmast vóór de windturbine. De turbines worden tijdelijk geplaatst en daarna vervangen door nieuwe prototypes. Het gebied heeft veel en stabiele wind, dicht bij de Noordzee, en ligt relatief afgelegen zodat grote turbines veilig getest kunnen worden.
Daarnaast staan er drie masten met waarschuwingslichten. Rotorbladen worden steeds langer: een voetbalveld is ongeveer 105 meter lang, en de grootste bladen zijn inmiddels nóg langer(tot 150 m).
In 2024 bereiken de grootste rotorbladen een lengte van ongeveer 115 meter en een gewicht van ongeveer 65 ton per blad. Naarmate de lengte toeneemt, neemt ook het gewicht toe. Dit is een uitdaging, omdat de materialen sterk genoeg moeten blijven. Daarom gebruikt men lichte maar sterke composietmaterialen, waarin vezels en kunststof gecombineerd worden.
Glasvezels (gemaakt van kwartszand) zijn het meest gebruikt. Er zijn twee typen:
- unidirectioneel (alle vezels dezelfde richting)
- biaxiaal (vezels in een hoek van ±45°)
- koolstofvezels zijn nog lichter en sterker, maar ook duurder. Daarom worden ze vooral gebruikt in combinatie met glasvezel om het gewicht van de rotorbladen te verminderen.
Ook de grootte van de rotor is belangrijk: een grotere rotor wekt meestal meer energie op. Fabrikanten zoeken steeds naar de beste balans tussen rotorgrootte en generator om energie zo goedkoop mogelijk te produceren. De meeste windturbines hebben drie rotorbladen, omdat dat zorgt voor een goede balans. Meer of minder bladen maakt de turbine minder efficiënt of duurder.
We hebben heel veel over windturbines geleerd.
Hierna zijn we doorgereden naar Hanstholm, waar we de camper hebben geparkeerd bij een winkelcentrum (P4N #633855), waar we ook zijn blijven slapen.
Na eerst wat boodschappen en iets lekkers voor de lunch te hebben gekocht, zijn we lopend naar het Bunkermuseum gegaan. Het was wel erg warm.
Het bunker/fort werd gebouwd door nazi‑Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog en maakte deel uit van de Atlantic Wall, een lange verdedigingslinie langs de Europese kust. Het doel was om de zeestraat Skagerrak te controleren en te beschermen.
Hanstholm ligt strategisch aan de Noordzee. Samen met een fort in Noorwegen kon men de scheepvaart tussen Denemarken en Noorwegen controleren. Het complex bestond uit enorme bunkers en verdedigingswerken van ongeveer 2500–3000 m², met onder andere vier grote 38 cm‑kanonnen die tot wel 55 km ver konden schieten.
Na de oorlog is veel afgebroken of verkocht. Wat overgebleven is, vormt nu het Bunkermuseum Hanstholm.
We hebben de bunker bezocht. Een deel is in originele staat hersteld, met oude apparatuur en inrichting. Erg interessant om te zien en om er rond te lopen. Het leek wel een klein dorp op zich, met slaapkamers, doucheruimtes en technische ruimtes.
Ook kon je zien hoe de bevoorrading van de ‘turret’ (de draaibare geschutskoepel met kanon) werd gedaan.
Je krijgt hier een goed beeld van hoe soldaten leefden en werkten tijdens de oorlog.
Hierna zijn we via de haven teruggelopen naar de camper, al hadden we dat misschien beter niet kunnen doen, we hebben ons een beetje vergist in de afstand. Er was onderweg weinig te zien en we moesten weer een flink stuk omhoog lopen.
We waren moe en warm toen we weer bij de camper waren. Eerst maar even iets kouds gedronken. Daarna hebben we niet veel meer gedaan