Denemarken 2026 - week 4

Maandag 29 juni 2026 -

We gaan weer verder naar een gratis plek, Cp P4N #611766. We wilden eigenlijk gaan fietsen en de vuurtoren Rubjerg Knude Fyr bekijken. Het is een bekende vuurtoren aan de westkust van Denemarken, in Noord‑Jutland, en werd rond 1900 gebouwd om schepen langs de kust te waarschuwen.
Hij staat op een hoge klif tussen grote zandduinen, waar de natuur het landschap steeds verandert. Door het stuivende zand en de kusterosie stopte de vuurtoren in 1968 met werken. In 2019 is hij zelfs ongeveer 70 meter landinwaarts verplaatst, zodat hij niet in zee zou vallen.
Maar toen we bij de parkeerplaats aankwamen, was het er zo druk. Bovendien bleek dat je er niet meer mag overnachten, dus zijn we maar doorgereden.

We hebben besloten om naar Tårs P4N #72845 (€10,00) te gaan, waar we meteen gas kunnen tanken. LPG tanken in Denemarken is slechts op een paar plaatsten (minder dan 8) mogelijk Deze nacht hebben we geslapen bij het gastankstation waar plek is gemaakt voor een aantal campers.
Die middag hebben we in de camper het rustig aan gedaan en weinig productiefs ondernomen.

Dinsdag 30 juni 2026 -

We zijn weer verder getrokken, dit keer naar het meest noordelijke puntje van Denemarken, dat bij Skagen ligt en Grenen heet. We zijn naar Camping Skagen CC64451 gereden, waar we twee dagen blijven staan.
Na de koffie hebben we de fietsen gepakt en zijn we richting de parkeerplaats van Grenen gereden.

Onderweg kwamen we langs een witte toren, de Hvide Fyr. Dit is de oudste stenen vuurtoren van Denemarken. Hij werd gebouwd in 1747 en ontworpen door architect Philip de Lange.
Het is de eerste vuurtoren van het land die in baksteen is gebouwd.
De toren is ongeveer 21 meter hoog en stond destijds als een duidelijk herkenningspunt in het vlakke landschap van Noord‑Jutland. Bovenin werd eerst een kolenvuur gestookt om licht te maken. Later werd dit verbeterd met olie en spiegels zodat het licht sterker werd.
De Hvide Fyr was in gebruik tot 1858, daarna werd hij vervangen door de grotere Grå Fyr (de grijze vuurtoren), waar we verderop langs fietsten. Daarna kreeg het gebouw andere functies: eerst als signaalstation voor schepen en tegenwoordig wordt het gebruikt voor kunsttentoonstellingen en bezoekers.

Even verderop zagen we de grijze vuurtoren, de Grå Fyr. Deze werd gebouwd in 1858 en ontworpen door architect Niels Sigfred Nebelong. De toren is ongeveer 46 meter hoog en daarmee één van de hoogste vuurtorens van Denemarken.
Het licht van deze vuurtoren was van tientallen kilometers ver te zien en hielp schepen veilig navigeren langs de gevaarlijke kust.
Dat was vooral belangrijk bij Skagen, waar sterke stromingen zijn en waar de zandbanken bij Grenen steeds veranderen.
De vuurtoren is rond 2013 buiten gebruik gesteld als officiële vuurtoren.

In het Kattegat zagen we veel grote zeeschepen die voor anker lagen, wachtend tot ze de haven (Fredrikshavn) in kunnen varen.

Iets verderop stond nog een reconstructie van een oudere vuurtoren: de Vippefyr.
Dit is eigenlijk een houten constructie met een kantelarm, waaraan vroeger een korf met vuur hing, een soort lantaarn. Die arm kon je “wippen”, zodat het vuur hoger of lager gezet kon worden en het licht beter zichtbaar was voor schepen op zee. Dit type vuurtoren werd gebruikt vóór de stenen vuurtorens; in Skagen stond zo’n systeem al vóór de Hvide Fyr in 1747.

Vanaf daar zijn we naar de grote parkeerplaats gefietst. Vervolgens hebben we het pad gevolgd waar ook het treintje (DKK 40 per persoon) rijdt dat toeristen naar het meest noordelijke punt van Denemarken brengt. We hebben de fietsen aan het einde van het pad neergezet en zijn het laatste stuk langs de zee gelopen.

Hier loopt het land uit in een smalle zandpunt die de zee in steekt. Op deze plek komen twee zeeën samen: het Skagerrak (een deel van de Noordzee) en het Kattegat (richting de Oostzee).

De golven botsen hier letterlijk tegen elkaar en vormen vaak een zichtbare scheidingslijn in het water. Je kunt er zelfs staan met één voet in het Skagerrak en één voet in het Kattegat, en veel toeristen stonden dan ook in het water toen wij bij de punt aankwamen.

Hoewel het er rustig uitziet zijn de stromingen sterk en onvoorspelbaar, en zwemmen wordt daarom afgeraden of is verboden.

Daarna zijn we naar de haven van Skagen gefietst, waar tot onze verbazing veel hele grote vissersboten lagen. In de haven hebben we bij een restaurant lekker vis gegeten en daarna zijn we weer terug naar de camper gefietst.

Verder hebben we niet zoveel meer gedaan die dag.

Woensdag 01 juli 2026 - Skagen

Na eerst maar eens lekker te hebben uitgeslapen, werden we wakker met de zon. We besloten dat het een perfecte dag was voor een fietstocht. Onze eerste stop was het plaatsje Højen, een klein dorpje aan de Noordzee. Daar hebben we heerlijk een ijsje gegeten, met uitzicht op de zee.

Daarna fietsten we verder en kwamen onderweg nog een supermarkt tegen, waar we wat boodschappen hebben gedaan. De route was erg mooi: een afwisseling van duinen en bossen waar we doorheen reden.

In Skagen zijn we even door de winkelstraat gelopen. Het was er zo druk dat het wel zaterdag leek. Vervolgens fietsten we weer terug door de duinen en kwamen we onderweg de Den Tilsandede Kirke tegen.

Den Tilsandede Kirke (letterlijk: de verzande kerk) is de ruïne van een oude kerk die bijna volledig door zand is bedekt. Oorspronkelijk was dit de Sint-Laurentiuskerk, gebouwd in de late 14e eeuw. Tegenwoordig zie je alleen nog de toren boven het zand uitsteken; de rest van de kerk is verdwenen, deels bedekt en later afgebroken.

In het gebied rond Skagen waren vroeger veel stuifduinen. Door de sterke wind begon het zand vanaf de 16e en 17e eeuw steeds verder landinwaarts te waaien. In de 18e eeuw bereikte het zand de kerk en moesten kerkbezoekers soms eerst het zand weggraven om naar binnen te kunnen. In 1795 werd de kerk definitief gesloten omdat het niet meer te onderhouden was. In 1810 werd het grootste deel afgebroken, maar de toren is blijven staan en kun je nu nog bezoeken. Waarschijnlijk bleef deze staan als baken voor zeevaarders.

Rond de toren zie je markeringen die aangeven waar de rest van de kerk ooit stond. Het is daarmee een mooi symbool van de kracht van de natuur en hoe mensen daar vroeger mee omgingen. Je kunt nog goed zien hoe ver het kerkje onder het zand verdwenen is: aan de achterzijde van de toren zie je nog de boog die ooit het dak van de kerk aangaf. Tegenwoordig heeft de kerk geen last meer van het zand, doordat er bomen zijn aangeplant die de duinen op hun plaats houden. Het kerkje ligt in het natuurgebied Skagen Klitplantage, dat eind 19e eeuw is aangelegd.

Op een gegeven moment kwam ik met mijn fiets in erg mul zand terecht en voordat ik het wist lag ik onder mijn fiets te spartelen. Dat worden weer een paar flinke blauwe plekken, zeker door de bloedverdunners.

Terug bij de camper hebben we eerst maar een kop koffie gedronken en nog even lekker in de zon gezeten.

Later ben ik nog een keer op de fiets naar Skagen gegaan om wat winkeltjes te bekijken, maar ik heb niets leuks kunnen vinden. Onderweg nog wat cola gekocht en daarna weer teruggefietst naar de camper, wel tegen de wind in.

’s Avonds hebben we lekker buiten gegeten. De wind was inmiddels wel toegenomen en na het eten zijn we naar binnen gegaan, omdat het wat frisser werd.

Donderdag 02 juli 2026 - Sæby

We gaan weer vertrekken richting Sæby (P4N# 81285, 220DK). Een grote parking in de haven met uitzicht op het Kattegat.

Het weer ziet er helaas niet goed uit. We krijgen veel regen en harde wind, die in de middag steeds sterker wordt.

We zien de golven ook steeds hoger worden.

We hebben nog wel een klein wandelingetje gemaakt in de haven, maar daarbij werden we al snel erg nat van de regen. Het was dus geen weer om lang buiten te blijven.

De rest van de dag hebben we niet veel meer gedaan dan lekker binnen zitten in de camper en kijken naar de woeste zee.

Vrijdag 03 juli 2026 - Nørresundby

We gaan weer verder en rijden naar Aalborg, waar we een grote gratis parkeerplaats hebben gevonden in Nørresundby (P4N #277543).

Na de koffie lopen we naar het Vikingemuseet Lindholm Høje. Het museum ligt direct naast een van de belangrijkste Viking- en IJzertijd-begraafplaatsen van Denemarken. Voordat we het museum bezochten, zijn we eerst over het grafveld gewandeld. Door de stormachtige wind die over de heuvel raasde, moest je goed uitkijken dat je niet omver werd geblazen.

Het grafveld maakt diepe indruk. Alles is bijzonder goed bewaard gebleven en het is indrukwekkend om te zien hoe groot dit historische monument is.

Het grafveld van Lindholm Høje is een van de best bewaarde archeologische monumenten van Denemarken.
Het werd gebruikt van ongeveer 400 tot 1000 na Christus, van de late IJzertijd tot de Vikingtijd. Al sinds 1889 is bekend dat zich op de zuidelijke helling van de Voerbjerg – zoals de heuvel vroeger heette – een grafveld bevindt met door stenen omgeven crematiegraven.

Tussen 1952 en 1958 werd het volledige grafveld blootgelegd. Daarbij ontdekte men ook een pas geploegde akker uit de Vikingtijd en een groot deel van de nederzettingen die bij het grafveld hoorden. Nadat de opgravingen waren voltooid, werd het terrein opnieuw met gras ingezaaid.

Bijna duizend jaar geleden raakten de graven bedolven onder een op sommige plaatsen wel vier meter dikke laag stuifzand. Juist dankzij dat zand zijn de graven zo goed bewaard gebleven. Zonder deze natuurlijke bescherming zouden de grote stenen in de loop der eeuwen waarschijnlijk door landbouwactiviteiten zijn verdwenen.

Het grafveld was ongeveer zeshonderd jaar in gebruik, van circa 400 na Christus tot kort voor het jaar 1000. De oudste graven liggen boven op de heuvel, de jongste aan de voet ervan. Slechts 41 graven zijn gewone lijkbegravingen zonder stenen markering. De overige, bijna zevenhonderd graven zijn crematiegraven, waarbij de overledene tijdens de begrafenisplechtigheid ter plaatse werd verbrand.

De meeste graven zijn gemarkeerd door steenvormen in verschillende gestalten: driehoekig, ovaal of scheepsvormig. Daarnaast zijn er crematiegraven met een opgeworpen heuveltje of zelfs helemaal zonder markering.

Onderzoekers hebben vastgesteld dat er een duidelijk verschil bestaat tussen mannen- en vrouwengraven. Mannen werden meestal begraven in driehoekige of scheepsvormige steenformaties, terwijl vrouwen vaak in ovale of kransvormige grafmonumenten werden bijgezet.

De vele vondsten maken duidelijk dat Lindholm Høje geen eenvoudig boerendorp was, maar een plaats die een belangrijke rol speelde in de samenleving van die tijd.

Ten noorden van het grafveld, onder het huidige parkeerterrein en militaire oefenterrein, zijn delen van een grote nederzetting opgegraven. Hier vond men zogenaamde langhuizen, waterputten en half ingegraven huisjes, de zogenoemde hutkommen. Behalve een reconstructie van zo'n hutkom is hier tegenwoordig weinig meer van te zien.

Hoe groot deze nederzetting precies was, is nog altijd niet bekend, maar zij besloeg duizenden vierkante meters.

Ook is onduidelijk hoeveel boerderijen het dorp telde, al staat vast dat de boerderijen meerdere keren zijn vernieuwd. Elk erf bestond uit een langhuis met verschillende bijgebouwen en hutkommen, kleine werkplaatsen. De erven waren omheind met houten palen die in de grond waren geslagen.

In het onderzochte gebied zijn grote hoeveelheden aardewerk, botten, resten van ambachtelijk werk en tal van andere voorwerpen gevonden. Deze vondsten wijzen erop dat het dorp tussen ongeveer 700 en 900 na Christus bewoond is geweest.

Kort voor het jaar 1000 raakte het grafveld volledig bedekt met stuifzand. Rond diezelfde tijd werd de nederzetting opnieuw verplaatst, ditmaal naar de top van Lindholm Høje, waar de oudste graven al veel eerder onder het zand waren verdwenen. Ook dit dorp besloeg duizenden vierkante meters, maar slechts een deel ervan is opgegraven. De vondsten tonen aan dat deze nederzetting bewoond was van ongeveer 1000 tot 1200. Daarna werd Lindholm Høje verlaten. De met beton gevulde gaten die tegenwoordig op en naast het grafveld zichtbaar zijn, markeren de voormalige omheiningen en paalgaten van deze laatste nederzetting.

Ten zuiden van het grafveld, aan de voet van de heuvel, kwam tijdens de opgravingen een pas geploegde akker uit de Vikingtijd onder het zand vandaan. Deze akker is bijzonder omdat hier geploegd werd met een nieuw type ploeg dat de grond keerde. Daarmee bewijst Lindholm Høje dat dit ploegtype in de Vikingtijd in Denemarken in gebruik werd genomen.

Vier tot zes ploegvoren werden samengeploegd, waardoor smalle ruggen ontstonden. Op deze akkers werd vaak wintergraan, zoals rogge, verbouwd. Door het gebruik van stalmest en het regelmatig verwijderen van onkruid kon men twaalf tot twintig keer de gezaaide hoeveelheid oogsten, terwijl normaal slechts drie tot vier keer de ingezaaide hoeveelheid werd binnengehaald.

Na de opgraving in 1956 werd de akker ingezaaid met laag groeiend gras. In de loop der jaren is het patroon echter minder duidelijk geworden doordat de voren langzaam met stuifzand zijn opgevuld.

In het museum zelf bekijken we een tentoonstelling over het leven van de Vikingen op Lindholm Høje, met sieraden, grafvondsten en uitleg over de begrafenisrituelen. Daarnaast is er een tentoonstelling over de prehistorie van het Limfjordgebied, waarin het dagelijks leven vóór de Vikingtijd wordt belicht.

De tentoonstelling laat zien hoe de nederzetting zich door de eeuwen heen ontwikkelde, hoe de bewoners gekleed gingen, hun akkers bewerkten, welke dieren zij hielden en hoe begrafenissen plaatsvonden. Ook wordt aandacht besteed aan de wereld buiten het dorp, in de periode waarin Denemarken zich ontwikkelde tot één koninkrijk onder één koning. Originele vondsten worden afgewisseld met reconstructies, maquettes, panorama's, illustraties, kaarten en informatieve teksten.

Na ons bezoek lopen we terug naar de camper. Door de stormachtige wind is het echter geen optie om buiten te zitten, dus zoeken we snel de beschutting van de camper op.

Zaterdag 04 juli 2026 - Aalborg / Mønsted Kalkgruber

We blijven nog een dag staan, omdat we met buslijn 12 het centrum van Aalborg willen bezoeken. De kosten bedragen € 6,42 per persoon. Na het ontbijt en een kop koffie lopen we naar de bushalte en binnen tien minuten staan we al in het centrum van de stad.

Onze eerste bestemming is de Domkerk, maar die staat helaas grotendeels in de steigers. Bovendien is de kerk vanwege een festiviteit niet toegankelijk voor bezoekers. Daarom wandelen we verder richting Bispensgade, de grote winkelstraat van Aalborg met de bekende winkels en gezellige drukte.

Onderweg komen we langs een prachtig oud gebouw: het Klooster van de Heilige Geest. Dit bijzondere complex heeft een geschiedenis van bijna zeshonderd jaar. In 1431 schonk Maren Hemmings de grond waarop het klooster werd gebouwd. Haar zoon, dominee Henrik Henningsen, legde de eerste steen. In 1451 sloot het klooster zich aan bij de katholieke Orde van de Heilige Geest, een uitgebreid netwerk van kloosters en ziekenhuizen.

Na de Reformatie bleef het complex zijn oorspronkelijke functie behouden en bood het onderdak aan zieken, armen en hulpbehoevenden. Al meer dan vijfhonderd jaar heeft het dienstgedaan als ziekenhuis en werkhuis voor de inwoners van Aalborg. Rond 1557 werd een deel van het gebouwencomplex omgevormd tot de Kathedraalschool van Aalborg.

De oorspronkelijke kloosterkerk werd in 1558 afgebroken en in 1681 vervangen door een kleinere kerk. Deze werd later uitgebreid en tussen 2009 en 2010 volledig gerestaureerd.

Tegenwoordig zijn de meeste gebouwen ingericht als appartementen voor senioren. Het oudste gedeelte, de zogenoemde Schoolvleugel, is sinds de vijftiende eeuw vrijwel onveranderd gebleven en is zorgvuldig gerestaureerd. Daarbij zijn de bijzondere muurschilderingen in de gewelfde gangen behouden gebleven. Onder de Kerkvleugel bevindt zich een gewelfde kelder die vroeger dienstdeed als opslagruimte, keuken en gevangenis. Ook de toegangspoorten en de boogdoorgang zijn nog oorspronkelijk. In de negentiende eeuw maakte de tuin zelfs deel uit van de watervoorziening van Aalborg.

Het klooster wordt tegenwoordig beheerd door een stichting die inkomsten ontvangt uit de verhuur van de appartementen. Daarnaast is het een populaire locatie voor bruiloften en recepties en worden er het hele jaar door rondleidingen georganiseerd.

Een bijzonder hoofdstuk uit de geschiedenis van het klooster speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de periode dat Denemarken door nazi-Duitsland was bezet, diende het klooster als uitvalsbasis van de beroemde verzetsgroep de Churchill Club. Deze groep werd in 1941 opgericht door leerlingen van de Kathedraalschool die zich verzetten tegen het Deense samenwerkingsbeleid met de Duitse bezetter.

Twee van de jongens woonden met hun familie in het klooster. Hun vader, Edvard Pedersen, was predikant van de Budolfi Kerk. De groep gebruikte het klooster om sabotageacties voor te bereiden en om buitgemaakte wapens van het Duitse leger te verbergen. Op 8 mei 1942 werden elf leden van de Churchill Club gearresteerd en gevangengezet.

Na ons bezoek aan het centrum keren we terug naar de camper. Na de lunch besluiten we verder te reizen naar de Mønsted Kalkgruber. Daar vinden we een mooie parkeerplaats voor de overnachting (P4N #272266), met een prachtig uitzicht op de kalkmijn.

Morgenochtend gaan we de kalkmijn bezoeken.

Verder hebben we vandaag niet veel meer gedaan en genieten we van een rustige avond op deze mooie plek.

 

Zondag 05 juli 2026 - Mønsted Kalkgruber / Bohrtårnet

Na het ontbijt hadden we eerst nog wat leuke bezienswaardigheden uitgezocht voor de komende dagen. Omdat de Mønsted Kalkgruber pas om 10.00 uur open gaan, konden we de ochtend rustig beginnen. Een kaartje kost 150 DKK per persoon en je mag zonder begeleiding door de mijn lopen. Wij waren de eerste bezoekers van de dag en konden daardoor in alle rust door de indrukwekkende mijngangen wandelen.

De Mønsted Kalkgruber geld als de grootste aaneengesloten door mensen gemaakte kalkmijn ter wereld, met tientallen kilometers aan ondergrondse gangen. Al wandelend leerden we niet alleen over de geschiedenis van de mijn, maar ook over het ontstaan van het kalklandschap zelf.

Ongeveer 250 miljoen jaar geleden waren Midden- en West-Jutland bedekt door zee. Toen het klimaat warmer werd, verdampte het zeewater en bleven dikke zoutlagen achter. In de loop van de tijd werden deze lagen bedekt met zand en klei. Omdat zout lichter is dan de omringende gesteentelagen, begon het langzaam omhoog te bewegen en vormde het een zogenaamde zoutkoepel. Boven op deze zoutkoepel ontstond een dikke laag gips, gevormd uit mineralen die achterbleven nadat een deel van het zout was opgelost. Daarboven liggen afzettingen uit verschillende ijstijden.

Veel later, ongeveer 60 miljoen jaar geleden, leefden kleine algen, zogenaamde coccolieten, in de oceaan. Hun kalkrijke schildjes zonken na hun dood naar de zeebodem en vormden een dikke kalkmodder. Door de druk van bovenliggende lagen veranderde deze modder uiteindelijk in vaste Danische kalksteen. Normaal gesproken ligt deze kalksteen diep onder de grond, maar bij Mønsted heeft de zoutkoepel de kalklaag omhooggeduwd tot vlak onder het aardoppervlak. Daardoor kon de kalk hier relatief gemakkelijk worden gewonnen.

Ook de vuursteenlagen in de kalksteen hebben een bijzondere oorsprong.

Ze zijn ontstaan uit kiezelhoudende sponzen die miljoenen jaren geleden op de zeebodem leefden. Hun resten veranderden in de loop van de tijd in vuursteen, vaak omgeven door een witte laag kalk. Dit verklaart waarom de mijnwerkers tijdens het winnen van de kalk voortdurend harde vuursteenlagen tegenkwamen tussen de zachtere kalklagen.

In de groeve zijn bovendien zogenaamde kalkballen te zien. Dit zijn afdrukken of fossiele resten van oeroude zee sponzen.
De concentrische ringen die vaak zichtbaar zijn, ontstonden doordat vuursteen zich geleidelijk rond de oorspronkelijke spons afzette. Deze kalkballen vormen een bijzonder geologisch bewijs van het zeeleven dat hier tientallen miljoenen jaren geleden aanwezig was.
Ze laten ook mooi zien hoe nauw de vorming van kalksteen en vuursteen met elkaar verbonden was.

De oudste gangen van de kalkmijn werden ongeveer duizend jaar geleden met de hand uitgehouwen. Gedurende zo'n achthonderd jaar wonnen boeren uit Mønsted en Daugbjerg kalk als nevenberoep, vooral in de wintermaanden. Aanvankelijk gebeurde dat in open groeves, maar omdat deze bij slecht weer veranderden in modderige kuilen, verplaatste de winning zich geleidelijk naar ondergrondse gangen.

Bijzonder interessant vonden wij de informatie over de rol van de vrouwen in de groeve. Zij scheidden de vuursteen van de kalk. De vuursteen werd niet naar buiten gebracht, maar langs de zijkanten van de gangen opgestapeld om steunmuren te vormen.
De kalk zelf werd van vrouw tot vrouw doorgegeven totdat deze de uitgang bereikte.
Vrouwen speelden daarmee een onmisbare rol in de verwerking en het transport van de kalk, terwijl het uithakken van de kalk voornamelijk door de kalkgravers gebeurde.

Later werd het werk steeds verder gemechaniseerd. Schachten, rails en machines maakten het transport gemakkelijker en tijdens de industriële periode werd zelfs dynamiet ingezet om de kalkwinning efficiënter te maken.

Na het winnen van de kalk was het werk nog lang niet klaar. De ruwe kalksteen moest eerst worden verwerkt voordat deze bruikbaar werd als bouwmateriaal.
De kalksteen, die bestaat uit calciumcarbonaat, werd in een kalkoven verhit tot ongeveer 900 °C. Daarbij kwam koolstofdioxide vrij en ontstond ongebluste kalk. Vervolgens werd deze ongebluste kalk met water gemengd, waardoor gebluste kalk ontstond. Bij deze chemische reactie kwam veel warmte vrij.

De gebluste kalk werd daarna gemengd met zand en water om kalkmortel te maken. Deze mortel werd eeuwenlang gebruikt voor het bouwen van kerken, kloosters, boerderijen en huizen. Nadat de mortel was aangebracht, nam deze langzaam koolstofdioxide uit de lucht op en veranderde weer in calciumcarbonaat.
Dit proces, carbonatatie genoemd, zorgt ervoor dat de mortel hard wordt.

Kalk werd niet alleen gebruikt voor mortel, maar ook voor kalkverf. Deze was vroeger zeer populair in Denemarken. Dankzij de kalk uit groeves zoals Mønsted konden huizen, boerderijen en kerken worden gewit. Kalkverf laat vocht uit muren ontsnappen, waardoor gebouwen minder snel worden aangetast door vocht. Daarom wordt deze traditionele verf nog steeds gebruikt bij restauraties van historische gebouwen.

In 1872 werden de winningsrechten overgenomen door Mønsted Kalkværker. De winning ging door tot het midden van de twintigste eeuw, waarna de activiteiten in de jaren vijftig werden beëindigd.
Daarnaast vormen de groeven een belangrijk overwinteringsgebied voor duizenden vleermuizen in de winter, je kan de mijn dan ook niet bezoeken.

Een bijzonder modern gebruik van de groeve is de rijping van kaas. Dankzij de constante temperatuur van ongeveer 8 °C en de hoge luchtvochtigheid worden delen van de groeven gebruikt voor het rijpen van kaas. Natuurlijk konden wij het niet laten om ook een stukje van die kaas te kopen.

Hierna zijn we richting het Energy Museum gereden (P4N #238385), een plek waar je ook mag overnachten. Onderweg deden we nog wat boodschappen voordat we naar de parkeerplaats van het museum reden. Eenmaal aangekomen hebben we uitgebreid geluncht in de camper en na alle indrukken van de kalkgroeve was het heerlijk om even te ontspannen en te genieten van de rustige omgeving.

Morgen gaan we het museum bezoeken en zijn we benieuwd wat daar allemaal te zien en te beleven is.