Zweden of Duitsland. We gaan naar Denemarken week 2

Maandag 15 juni 2026 - Bremerhaven 

Vanmorgen werden we wakker met regen en een harde wind. We besluiten nog een dag te blijven staan om een museum te bezoeken. Na het ontbijt hebben we de fietsen uit de garage gehaald om naar het centrum te fietsen. Eerst zijn we nog even bij de andere camperplaats gaan kijken of we daar ook konden staan, maar we denken dat de weg van de dijk naar beneden te steil is voor onze camper en dat we de grond zouden raken. Daarna zijn we verder gefietst naar de Willy Brandt Platz. In de 19e en het begin van de 20e eeuw vertrokken hier veel mensen die naar Amerika wilden emigreren. Meer dan een miljoen mensen gingen vanaf deze plek op reis naar landen zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika. De emigranten gingen aan boord van grote schepen voor een zware reis die weken duurde. Er was weinig ruimte, de voeding en hygiëne waren slecht en de kans op ziektes was groot. Eenmaal aangekomen, bijvoorbeeld in New York op Ellis Island, werden ze gecontroleerd op ziekten. Op de Willy-Brandt-Platz zelf zie je nog sporen van dit verleden. Het Auswandererdenkmal toont een familie die vertrekt en symboliseert afscheid, maar ook hoop op een nieuwe toekomst. Daarna zijn we naar het outlet shoppingcenter gefietst, waar we even rond hebben gelopen nu de winkels open waren. We hebben daar genoten van een kop koffie met iets lekkers erbij. Vervolgens zijn we doorgefietst naar het Deutsches Schifffahrtmuseum. We vonden het niet zo’n bijzonder museum. Het meest indrukwekkende was het scheepswrak De Bremer Kogge. Dit is een middeleeuws handelsschip uit ongeveer 1380, dat in 1962 werd ontdekt in de rivier de Weser bij Bremen. De Bremer Kogge is bijzonder omdat het een van de best bewaarde schepen uit de middeleeuwen is. Het wrak werd in duizenden stukken in de modder gevonden, waardoor het goed geconserveerd bleef. Later is uit de losse delen het schip weer gereconstureerd. De kogge is een type handelsschip dat in de tijd van de Hanze werd gebruikt voor de zeehandel. Deze schepen hadden meestal één mast met een groot zeil en een brede romp voor veel vracht. Met zulke schepen werden goederen zoals graan en hout vervoerd tussen Europese steden. Daarna zijn we weer terug naar de camper gefietst, maar nu met de wind mee. Onderweg zijn we nog langs Fiedlers Fischmarkt gegaan om (net als gisteren)een kistje gerookte vis te kopen. In de camper hebben we nog een paar broodjes met gerookte vis gegeten. Daarna heerlijk even gelezen en nog wat camperplaatsen in Denemarken uitgezocht.

Dinsdag 16 juni 2026 - 

Het is vandaag een zonnige dag zonder de harde wind van gisteren. We gaan weer een stukje verder rijden richting Denemarken, namelijk naar Stade. We moesten ongeveer 90 km rijden naar CP am Schiffertor (CC8659), waar nog plekken genoeg waren. Stade is een van de oudste steden in Noord-Duitsland en ontstond al in de vroege middeleeuwen. Het werd een belangrijke havenplaats, liggend aan de rivier de Schwinge dit is een zijrivier van de Elbe. In 994 werd de stad voor het eerst genoemd, in dat jaar werd het door de Vikingen geplunderd. In de middeleeuwen groeide Stade uit tot een belangrijke Hanzestad, waar veel handel plaatsvond dankzij de gunstige ligging aan de Elbe. Dit bracht welvaart en zorgde voor de bouw van pakhuizen, kerken en koopmanshuizen. Vandaag de dag zie je deze geschiedenis nog duidelijk terug in de stad. Nadat we de camper hadden neergezet en een kop koffie hadden gedronken, zijn we naar het historische centrum gelopen, dat op ongeveer tien minuten van de camperplaats ligt.

Hier zie je smalle straatjes en prachtige vakwerkhuizen. We zijn langs de oude haven aan de Schwinge gelopen, waar nog een antieke kraan staat. Ook zagen we de "Gasometer" van Stade, een oud industrieel gebouw dat in 1955 werd gebouwd om gas op te slaan. Later verloor het zijn functie en werd het tussen 2013 en 2015 omgebouwd tot een modern wooncomplex, waarbij de buitenkant van de historische gashouder behouden bleef. Binnenin bevindt zich ongeveer 36 woningen, aangevuld met extra woningen ernaast. De "Gasometer" is bijzonder omdat het een mooie combinatie is van oud en nieuw: een industrieel monument dat is omgevormd tot een unieke plek om te wonen. Hierna zijn we naar de Hansehafen gelopen. Dit is de oude haven en ligt midden in het historische centrum van Stade. Het is een van de belangrijkste plekken van de stad. De haven werd al rond het jaar 1000 aangelegd en speelde in de middeleeuwen een grote rol in de handel. In de Hanze tijd werden goederen uit heel Europa geladen en gelost, waardoor Stade een rijke stad werd. 

Woensdag 17 juni 2026 - Groven aan de Eider

We gaan weer verder richting Denemarken. Nadat we het vuile water hebben geloosd en de toiletcassette hebben geleegd, hebben we ook meteen de schoonwatertank weer gevuld. We gaan namelijk naar een camperplaats zonder service (P4N #46936). We moesten ongeveer 30 km rijden naar Wischhafen om daar aan te sluiten in de rij voor de veerdienst naar Glückstadt. Na een half uurtje wachten konden we de pont oprijden. De overtocht kostte €38,50 voor onze camper en duurde ongeveer 25 minuten. Na de overtocht zijn we binnendoor gereden via Brunsbüttel. Dat is voor ons een bijzondere plek, want daar hebben we ooit met onze zeilboot gelegen om bij te slapen, nadat we 30 uur op zee hadden gevaren vanuit Nederland. Bij Brunsbüttel zijn we over de hoge brug gereden over het Noord-Oostzeekanaal (ook wel het Kielerkanaal genoemd). Dit is een belangrijke kunstmatige waterweg in Europa die de Noordzee met de Oostzee verbindt en een lengte heeft van 98 km. Aan beide kanten liggen sluizen (bij Brunsbüttel en Kiel) die het waterniveau regelen en jaarlijks tienduizenden schepen veilig doorlaten. 

Langs de haven staan nog steeds oude vakwerkhuizen, sommige al meer dan 500 jaar oud. Dit laat goed zien hoe de stad er vroeger uitzag. Tegenwoordig zijn er winkeltjes en restaurants in gevestigd. De Hansehafen heeft inmiddels een andere functie. Sinds 1968 varen er geen grote schepen meer en is de haven nu een gezellige plek met cafés, terrassen en wandelroutes. Aan het einde van de Hanze haven staat een replica van de houten tredmolenkraan uit 1337. De originele kraan ging verloren bij de Grote Brand van 1659. In 1661 werd een nieuwe kraan gebouwd, waarbij de tredmolens zich binnen in het gebouw bevonden. Deze kraan werd in 1878 gesloopt voor een wegverbreding. De huidige kraan, die op de vismarkt staat, is een replica uit 1977 en is gebouwd naar het model van een kraan in Lüneburg. In het water van de Hanze haven liggen allemaal drijvende terrassen. Ook ligt daar het historische schip de Willi. Dit werd in 1926 gebouwd en behoort tot het type platbodemschip dat “Ewer” heet.
Dit soort schepen was ideaal voor ondiepe rivieren en kustgebieden, omdat ze zonder haven konden aanlanden en makkelijk goederen konden laden en lossen. Oorspronkelijk werd de Willi gebruikt als vrachtschip voor het vervoeren van riet, hout en andere goederen in de regio. Later raakte het schip in verval, maar in de jaren 80 werd het gered en gerestaureerd. We zijn via kleine steegjes teruggelopen naar de camper, waar we een lekkere wrap met gerookte vis hebben gegeten. Jorrit is nog even op de fiets naar de Lidl gegaan om wat boodschappen te doen.

De voorloper van dit kanaal, het Eiderkanaal, werd al in 1784 geopend, maar bleek al snel te klein. Daarom werd tussen 1887 en 1895 het huidige kanaal aangelegd, dat later tussen 1907 en 1914 werd verbreed en uitgebreid. Oorspronkelijk had het kanaal ook een militaire functie, zodat Duitse oorlogsschepen snel tussen beide zeeën konden varen. Wij zijn hier zelf ook eens met onze zeilboot doorheen gevaren en werden regelmatig ingehaald door enorme container- en vrachtschepen. Op dat soort momenten voel je je toch wel heel klein. Onderweg hebben we nog wat boodschappen gedaan en gelijk de dieseltank volgegooid. De prijs was €1,74 per liter wat een verschil met Nederland! De camperplaats die we hadden gevonden ligt aan de Eider. Wat een rust daar, je hoorde alleen de vogels fluiten. Toen we aankwamen stonden er nog twee campers, maar ’s avonds waren dat er al ongeveer twaalf geworden. We hebben nog lekker de stoelen buiten gezet, maar rond 16:00 uur begon het te betrekken en begon het in de verte te rommelen. Nadat we de stoelen weer hadden opgeborgen, barstte de regen los. Het heeft daarna eigenlijk alleen maar geregend.

Donderdag 18 juni 2026 - Groven aan de Eider

We blijven nog een dag staan om een fietstocht van 35 km te maken naar Tönning en het Eidersperrwerk. Het Eidersperrwerk is een stormvloedkering (een soort dam met afsluitbare poorten) bij de monding van de rivier de Eider, die het land beschermt tegen hoog water uit de Noordzee. Na een zware stormvloed in 1962 werd besloten extra bescherming te bouwen tegen overstromingen.
Men koos voor een kering in de riviermonding in plaats van alleen hogere dijken. Er werd gestart met de bouw in 1967 en de opening was in 1973. Het heeft meerdere grote sluisdeuren/poorten die bij storm gesloten worden. Zo wordt voorkomen dat zeewater het achterland overstroomt. Tegelijk kan het rivierwater bij open poorten gewoon naar zee blijven stromen. Er is ook een sluis voor de scheepvaart, al varen er geen grote schepen meer over de Eider. Je kunt zelfs met de auto over de stormvloedkering rijden. We zijn via een dijk midden door een natuurgebied gefietst, met aan de ene kant een mooi uitzicht over de Eider waar het eb aan het worden was.

Het viel ons tegen dat we niet zoveel vogels zagen, op de ganzen na. Aan de andere kant lagen een paar meertjes waar heel veel ganzen zwommen. Deze dijk komt uit bij de haven, maar helaas was de haven afgesloten met een groot hek. Jammer, want wij wilden aan de andere kant van de kering gaan kijken en bij het restaurant wat eten. Er zat niks anders op dan weer dezelfde weg terug te fietsen. Langs de dijk groeide allemaal lamsoor. Wij hebben een maaltje geplukt om vanavond door de pasta te doen met ham en roomkaas. Het was een mooie tocht, midden in de natuur langs de Eider. In Tönning hebben we een kop koffie gedronken met wat lekkers en nog boodschappen gedaan bij de Lidl. Daarna zijn we weer teruggefietst naar de camper, waar we wat hebben gegeten en lekker in de zon hebben gezeten. Ik ben de pasta gaan klaarmaken, maar tijdens het roerbakken van de lamsoor vond ik dat deze wel erg taai bleef. Dus zijn we gaan opzoeken of het echt wel eetbaar is. Echte lamsoor is een plant met de Latijnse naam Limonium vulgare. Deze groeit op kwelders en zoute kustgebieden en heeft paars-blauwe bloemen in de zomer. De bladeren hebben zoutkliertjes die overtollig zout uitscheiden. De bladeren van echte lamsoor worden niet gegeten en zijn giftig. We hebben het prutje weggegooid en een nieuwe saus gemaakt met uien, knoflook, garnalen en roomkaas. Was ook lekker. Wat je in de supermarkt of bij de visboer koopt als “lamsoor” is meestal niet dezelfde plant. Het gaat meestal om zeeaster (Aster tripolium). Deze wordt verkocht onder de naam lamsoren of Lamssoor en groeit ook in kustgebieden. Het heeft een zilte (licht zoute) smaak en lijkt qua gebruik een beetje op spinazie. ’s Avonds hebben we lekker buiten kunnen zitten en kwam onze buurman nog een bakje koffie drinken.

Vrijdag 19 juni 2026 -  Groven aan de Eider

Het beloofde een erg warme dag te worden, dus besloten we nog een dagje te blijven om naar Friedrichstadt te gaan. We waren hier een paar jaar geleden al eens geweest en vonden het toen al een leuke plek.

Friedrichstadt is een klein maar bijzonder stadje in het noorden van Duitsland, in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Het ligt op de plek waar de rivieren de Eider en de Treene samenkomen. De stad werd in 1621 gesticht door hertog Frederik III. Hij wilde er een belangrijk handelscentrum van maken en nodigde daarom Nederlandse kolonisten uit om zich er te vestigen. Veel van hen waren geloofsvluchtelingen, zoals remonstranten en mennonieten, die in hun eigen land niet vrij waren. In Friedrichstadt kregen ze godsdienstvrijheid en zelfs het Nederlands was een tijdlang een officiële taal. Hierdoor kreeg de stad de reputatie van een “stad van tolerantie”, waar verschillende religies samen konden leven.

Niet voor niets wordt Friedrichstadt ook wel “Klein Amsterdam” of “Holländerstadt” genoemd. Er zijn grachten en de huizen hebben trapgevels, net als in Nederland. Ook het stratenplan is recht en overzichtelijk, zoals in Nederlandse steden uit de 17e eeuw. De hertog hoopte dat de stad zou uitgroeien tot een grote internationale haven, maar dat is uiteindelijk niet gelukt. In 1850 werd de stad bovendien zwaar beschadigd tijdens een oorlog tussen Denemarken en Schleswig-Holstein.

We hebben rustig door het stadje gewandeld en zijn neergestreken op een terras aan het water, waar we in de schaduw en met een lekker briesje genoten van een kop koffie. Daarna zijn we naar de winkelstraat gelopen. Daar vind je allerlei leuke winkels waar veel handwerk wordt verkocht.

Vervolgens zijn we op de fiets naar de Lidl gegaan om boodschappen te doen. Het was behoorlijk warm onderweg, dus na de boodschappen waren we blij toen we weer bij de camper waren. We hebben de stoelen in de schaduw gezet, want in de zon was het echt te heet om te zitten.

Na het eten hebben we alvast de stoelen en tafel opgeruimd, omdat we de volgende dag weer verder zouden rijden richting Denemarken. Dat bleek achteraf maar goed ook, want in de nacht barstte er een stevig onweer los.

Midden in de nacht werd ik wakker van het onweer dat de hele camper fel verlichtte. Snel heb ik alle ramen dichtgedaan, en dat was maar goed ook, want ineens stak er een harde wind op – je hoorde hem gewoon aankomen. De hele camper stond te schudden, wat best wel eng was.

Onze buren hadden hun ramen nog allemaal openstaan en je zag dat die steeds verder open waaiden. Ik hoop dat ze geen schade hebben gehad. Na een half uur met zeer harde wind en flinke windstoten begon het hevig te regenen. De wind nam iets af, maar het onweer kwam steeds dichterbij.

Zaterdag 20 juni 2026 - Tønder

Na een korte nacht door het onweer zijn we vroeg vertrokken richting Tønder. Oorspronkelijk wilden we daar op een campingplaats (CP) gaan staan, omdat we onze wc-cassettes en vuilwatertank moesten legen.

Onderweg kwamen we echter een parkeerplaats tegen met een toilet. Daar zijn we gestopt en konden we zowel de beide wc-cassettes legen als het vuil water lozen. Daardoor was het niet meer nodig om op een camping te gaan staan.

We hebben onze plannen daarop aangepast en zijn doorgereden naar een gratis CP-plek (CC 195670): een mooie, verharde parkeerplaats aan de rand van het dorp, naast het museum Sønderjylland.

Na een kop koffie zijn we naar het centrum gelopen. Het bleek een gezellig dorpje te zijn met leuke winkeltjes, waarvan er één echt uitsprong: Det Gamle Apotek (The Old Pharmacy).

Det Gamle Apotek is een van de bekendste en leukste plekken in Tønder. Het pand werd gebouwd rond 1668–1670, midden in het centrum. Vanaf het einde van de 17e eeuw deed het dienst als apotheek, een functie die het ruim 300 jaar heeft gehad. Pas in de jaren ’80 stopte deze functie. Het is dus een historisch gebouw waar generaties lang mensen hun medicijnen kwamen halen.

Het pand bestaat uit samengevoegde gevelhuizen uit de 17e eeuw en heeft een prachtig zandstenen portaal met zuilen en leeuwen. In 1989/1991 werd het omgevormd tot een lifestyle- en cadeauwinkel. In elke kamer of hoek vind je weer een ander thema. De winkel beslaat meerdere verdiepingen en heeft zelfs een kelder, waar vaak een uitgebreide kerstafdeling te vinden is.

Daarna zijn we doorgelopen naar de Tønder Kristkirke. Deze kerk werd gebouwd in 1591–1592 en kort daarna ingewijd als lutherse kerk. Ze verving een oudere middeleeuwse kerk, de Sankt Nicolai-kerk (ca. 1350), die in verval was geraakt. Van die kerk is alleen de toren uit circa 1520 bewaard gebleven, die nu nog deel uitmaakt van het huidige gebouw.

Hoewel de kerk in de renaissanceperiode is gebouwd, heeft ze vooral een gotische uitstraling, met spitsbogen, steunberen en een driebeukig schip. De kerk is opgetrokken uit rode baksteen en heeft een groot gezamenlijk dak. De toren met zijn hoge spits is een opvallend kenmerk en diende vroeger zelfs als oriëntatiepunt voor zeelieden.

Tønder Kristkirke staat bekend als een van de rijkst ingerichte kerken van Denemarken. Veel van het interieur dateert uit de 16e en 17e eeuw, zoals een preekstoel uit 1586, een doksaal (galerij) uit 1623 en een barok altaarstuk uit 1695. Rijke burgers uit Tønder hebben door de jaren heen kunst en gedenkplaten (epitafen) geschonken.

Op de markt hebben we nog een traditionele Deense hotdog gegeten, erg lekker. Daarna zijn we rustig teruggelopen naar de camper, waar we de rest van de dag lekker rustig aan hebben gedaan.

Zondag 21 juni 2026 -  Marsk Camp

We gaan weer vertrekken richting CP Marsk Camp (CC99256), dat ongeveer €26,00 kost. Naast de camperplaats staat de Marsk Tower. Deze toren is gemaakt van Cortenstaal, is 25 meter hoog en heeft 146 treden. Met mooi weer kun je de eilanden Ribe, Sylt en Rømø zien. Wij hebben de toren niet beklommen. Het is een super mooie en ruime camperplaats met veel groen, vijvertjes en een goed sanitair gebouw. Alles werkt met een pasje dat je later weer inlevert. Na de koffie zijn we op de fiets gestapt om naar het eiland Rømø te fietsen. We hadden de wind tegen, maar genoten van het mooie uitzicht over het wad; het was eb. Je kunt er gewoon met de auto of fiets naartoe via een dam van ongeveer 11 km, dus je hebt geen boot nodig. We zijn eerst naar het strand gefietst. Dit is één van de breedste stranden van Europa, op sommige plekken zelfs kilometers breed bij eb. Je mag er met de auto of camper het strand op rijden, wat vrij uniek is in Europa. Wij hebben dat niet gedaan, omdat je er niet mag overnachten. Er stonden wel veel auto’s en campers, en er waren volop vliegers in de lucht. Daarna zijn we via een binnendoor route naar Havneby gefietst. In de haven hebben we een broodje met een blikje vis gegeten. Het is een vissershaven en vanaf hier vertrekt ook de veerboot naar het eiland Sylt. Op Rømø wonen ongeveer 500 tot 600 mensen. Aan de andere kant van het eiland ligt nog het dorp Lakolk, met een strand en een toeristisch centrum, maar daar zijn wij niet geweest. Vervolgens zijn we weer terug naar de camper gefietst. In totaal hebben we 52 km gereden en we waren best moe. Na het eten zijn we lekker gaan douchen en zijn we vroeg naar bed gegaan. Wat ons opviel, was dat om 22:00 uur de zon nog scheen en dat het pas rond 23:00 uur donker werd.