Herfst reis 2026 - week 2
Zaterdag 26 September 2026
We zijn vroeg vertrokken om verzekerd te zijn van een mooi plekje aan de rand van het dorp om de nacht door te brengen op de Aire de Base de Plein Air, naast het station van Le Bec-Hellouin. Dit voormalige spoorwegstation lag aan de historische spoorlijn tussen Évreux en Honfleur. In de 19e en het begin van de 20e eeuw speelde het een belangrijke rol in het vervoer van reizigers, landbouwproducten en andere goederen uit de streek.
Deze spoorlijn tussen Évreux en Honfleur werd in 1969 gesloten voor reizigersverkeer en in 1971 voor goederenvervoer. De spoorrails zijn inmiddels verwijderd en het tracé is omgevormd tot een mooi fietspad.
We zijn eerst naar de Abbaye Notre-Dame du Bec gelopen. Wat direct opviel, was de serene rust die hier heerste. Binnen de poorten kwamen we langs een oude wasplaats of waterbekken. Monniken gebruikten het stromende bronwater voor huishoudelijke taken, zoals wassen, en voor de watervoorziening van het abdijdomein. Dankzij de voortdurende doorstroming bleef het water schoon.
Naast het bekken stond een indrukwekkende oude plataan uit de 18e eeuw.
Daarna zijn we naar de Église Abbatiale Notre-Dame du Bec gegaan. Dit is de huidige abdijkerk van de abdij van Le Bec-Hellouin en vormt het spirituele hart van het klooster. De kerk wordt nog altijd gebruikt door de benedictijnse monniken.
De stichter ridder en monnik Herluin is hier in de kerk begraven in een graftombe.
De kerk die je vandaag ziet, is niet de oorspronkelijke middeleeuwse abdijkerk. Na de verwoestingen en afbraak tijdens de Franse Revolutie bleef slechts een deel van het oude abdijcomplex behouden.
Wanneer je naar binnen loopt, vallen vooral de rust en eenvoud op. De lichte ruimte en de hoge gewelven maken indruk. Overdadige versieringen zie je hier nauwelijks; alles is heel ingetogen. Dit sluit mooi aan bij de benedictijnse traditie van gebed en bezinning.
De akoestiek schijnt hier uitstekend te zijn en er worden regelmatig concerten gegeven.
We zijn daarna verder gelopen om te kijken of er nog een rondleiding werd gegeven, maar we konden die niet vinden waar je die kon boeken. Jammer.
Vervolgens hebben we een wandeling door het dorp Le Bec-Hellouin dit is een van de mooiste dorpen van Normandië. Bijzonder charmant, met zijn vakwerkhuizen, bloemrijke gevels en rustige straatjes. Rond het centrale plein vind je gezellige terrasjes, ambachtelijke winkeltjes en een typisch Normandische sfeer.
Bij een van de restaurantjes hebben we geluncht: een heerlijke carpacciosalade met een Normandisch bio-biertje. Daarna zijn we teruggelopen naar de camper.
's Middags ben ik nog even teruggegaan om de abdijwinkel te zoeken. Uiteindelijk heb ik die gevonden. Daarna ben ik nog een keer naar de Église Abbatiale Notre-Dame du Bec gelopen en heb ik daar een poosje gezeten. Wat een rust hangt daar.
Terug in de camper heb ik verder geschreven aan mijn blog en Polarsteps.
Hier nog wat achtergrondinformatie uit verschillende bronnen:
Het dorp ontstond rond de Abbaye Notre-Dame du Bec, een benedictijnenabdij die in 1034 werd gesticht door de ridder en monnik Herluin. In de middeleeuwen groeide de abdij uit tot een belangrijk religieus en intellectueel centrum van Europa. Verschillende aartsbisschoppen van Canterbury kwamen hiervandaan, wat zorgde voor sterke banden tussen Normandië en Engeland.
De abdij werd zwaar getroffen tijdens de Franse Revolutie vanaf 1789. De monnikengemeenschap werd ontbonden, veel bezittingen werden in beslag genomen en een groot deel van de middeleeuwse abdijgebouwen werd afgebroken of verkocht als bouwmateriaal.
Van de oorspronkelijke grote middeleeuwse abdijkerk bleef uiteindelijk slechts een deel bewaard. Veel gebouwen die vandaag te zien zijn, dateren daarom uit latere heropbouw- en restauratiefasen.
Pas in de 20e eeuw, vanaf 1948, keerde opnieuw een benedictijnse gemeenschap terug naar de abdij. Sindsdien zijn verschillende gebouwen gerestaureerd en wordt het klooster weer bewoond door monniken.
De Saint-Nicolas-toren is een van de oudste en meest opvallende onderdelen van de abdij. De vierkante toren werd gebouwd in de 15e eeuw en diende als klokkentoren van de abdij.
Met een hoogte van ongeveer 50 meter is hij van ver zichtbaar boven het Normandische landschap. De toren is opgetrokken in een sobere gotische stijl, typerend voor de religieuze architectuur van die periode.
Wat de toren bijzonder maakt, is dat hij de woelige geschiedenis van de abdij heeft overleefd.
De klokken van de Saint-Nicolas-toren luiden vandaag de dag nog steeds voor de liturgische diensten van de benedictijnse monniken.
Er bestaat echter geen algemeen gepubliceerd schema met de exacte luidtijden per dag.
De klokken begeleiden onder meer:
- Metten of vigiliën (vroeg in de ochtend of tijdens de nacht)
- Lauden (ochtendgebed)
- Noon of noongebed (middaggebed)
- Vespers (avondgebed)
- Completen (afsluitend avondgebed)
Zondag 27 September 2026
(Excuses voor de lengte van het verhaal maar was ook veel te zien)
Vandaag zijn we naar het Domaine du Champ de Bataille gefietst. De route volgde grotendeels het traject van de voormalige spoorlijn die hier ooit liep. We reden voornamelijk door de bossen. Daar was het nog vrij fris, terwijl het in de zon een stuk aangenamer was.
Bij aankomst konden we de ingang van het landgoed niet meteen vinden. Uiteindelijk moesten we over de parkeerplaats rijden om bij de toegang uit te komen. We kochten alleen tickets voor de tuinen à € 13,00 per persoon, want een bezoek aan het kasteel was pas mogelijk vanaf 14.00 uur.
Het Domaine du Champ de Bataille werd gebouwd tussen 1653 en 1665 door Alexandre de Créqui, een edelman die door kardinaal Mazarin uit Parijs was verbannen. Tijdens zijn ballingschap wilde hij een residentie creëren die kon wedijveren met de pracht van het Franse hof. Het domein wordt daarom vaak het "Versailles van Normandië" genoemd.
In de 18e eeuw werd het landgoed uitgebreid door de familie d'Harcourt. Tijdens de Franse Revolutie werd het kasteel geplunderd en raakte het in verval. Daarna kende het verschillende eigenaren en functies, waaronder een ziekenhuis en zelfs een gevangenis.
Het landgoed vandaag
Sinds 1992 is het eigendom van de beroemde Franse interieurarchitect Jacques Garcia. Hij startte een van de grootste restauratieprojecten van een particulier historisch monument in Frankrijk. Dankzij zijn inspanningen kreeg het landfoed zijn vroegere grandeur terug.
De tuinen zijn tegenwoordig een van de grootste trekpleisters. Geïnspireerd door ontwerpen van André Le Nôtre, de tuinarchitect van Versailles, creëerde Garcia spectaculaire parken, fonteinen, waterpartijen en thematuinen. Het wordt beschouwd als een van de mooiste privédomeinen van Europa.
De tuinen van het Domaine du Champ de Bataille zijn minstens even indrukwekkend als het kasteel zelf. Ze zijn geïnspireerd door de klassieke Franse tuinkunst maar met een eigen fantasierijke invulling en werden aangelegd vanaf 1992.
De tuinen hieronder hebben we bezocht en er zijn een aantal tuinen waar we niet aan toe zijn gekomen
De Franse formele tuin
We begonnen onze wandeling in de Franse formele tuin. Dit gedeelte doet sterk denken aan Versailles. Je ziet er lange zichtassen, perfect gesnoeide hagen, geometrische patronen, grote waterpartijen en fonteinen. Alles draait hier om symmetrie en orde. Vanaf het terras achter het kasteel heb je een prachtig uitzicht over deze formele tuin.
De Tuin en Tempel van Leda
Daarna bezochten we de Tuin van Leda, een van de meest romantische delen van het domein. De tuin is gewijd aan Leda uit de Griekse mythologie, die volgens de legende werd verleid door Zeus in de gedaante van een zwaan.
Centraal staat de Tempel van Leda, een elegant klassiek paviljoen met uitzicht op het water en de omliggende tuin. De binnenmuren zijn bekleed met verschillende halfedelstenen. In tegenstelling tot de strenge Franse tuinen rond het kasteel is deze plek veel intiemer en poëtischer. Het water, de beelden en de zorgvuldig geplaatste bomen creëren een schilderachtige sfeer. De vele decoraties met zwanen verwijzen rechtstreeks naar de mythe van Leda en Zeus.
De metalen Belvédère
De metalen Belvédère is een elegante uitkijktoren vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de tuinen, vijvers en lange zichtassen van het domein. Helaas was de toren tijdens ons bezoek gesloten voor het publiek.
Théâtre Antique
Het Théâtre Antique is geïnspireerd op de openluchttheaters uit het oude Griekenland en Rome. De halfronde vorm en klassieke uitstraling passen perfect in het park. De vijver stelt het podium voor, terwijl de met buxus omzoomde terrassen de zitplaatsen voorstellen.
Marches de la Vie
De Marches de la Vie, ofwel de Trappen van het Leven, symboliseren de verschillende fasen van het menselijk bestaan. De trap nodigt bezoekers uit om stil te staan bij de reis van geboorte tot ouderdom. Vanaf de trap heb je bovendien een mooi uitzicht over een deel van het park.
Allée des Criosphinx
De Allée des Criosphinx is een indrukwekkende laan met aan weerszijden een waterpartij. Langs de laan staan gesnoeide taxushagen in de vorm van criosfinxen: mythologische wezens met het lichaam van een leeuw en de kop van een ram. Deze figuren zijn geïnspireerd op de Egyptische kunst en symboliseren kracht, bescherming en wijsheid.
Serre aux Orchidées
De Orchideeënkas herbergt een verzameling exotische orchideeën uit verschillende delen van de wereld. De serre biedt de ideale omstandigheden voor deze bijzondere planten.
Daarnaast vind je er verschillende stijlkamers, kleine salons die elk een andere historische sfeer uitstralen. Je ziet er meubels, schilderijen, beelden en decoratieve voorwerpen uit uiteenlopende periodes, allemaal verzameld door Jacques Garcia.
Sommige kamers doen denken aan een 18e-eeuws Frans salon, terwijl andere Italiaans, Oosters of romantisch zijn ingericht. Zo maak je niet alleen een botanische reis, maar ook een reis door de kunst- en interieurgeschiedenis.
In een ander gedeelte van de serre bevindt zich een collectie indrukwekkende boomvarens waarvan sommigen ouder zijn dan 400 jaar. Varens behoren tot de oudste planten op aarde en hun soort bestaat al ongeveer 350 miljoen jaar. Verder zagen we er ook een Chinese stijlkamer met een grote verzameling turquoise porseleinen vazen.
Langzaamaan begonnen we de vermoeidheid van het vele wandelen te voelen.
Wat ons vooral opviel was hoe prachtig de buxus- en taxushagen waren gesnoeid. Sommige hadden golvende vormen, andere waren rond, vierkant of in fantasierijke figuren geknipt.
Na ons bezoek wandelden we terug naar de fietsen en reden we naar Brionne om wat boodschappen te doen. Verder was er niet veel te beleven in het dorp.
Via een steil weggetje en later een zeer stenig bospad (120 m klimmen en dalen) fietsten we terug naar Le Bec-Hellouin, waar we genoten van een lekkere lunch.
Aan het einde van de dag hadden we 39 kilometer gefietst en 9.200 stappen gezet in de tuinen. We waren behoorlijk moe, maar het bezoek aan het Domaine du Champ de Bataille was absoluut de moeite waard.